|
|
|
|
Methode |
Financieringswijze | ||
| Lineair | Als interest, koopsom of premie, |
rente 0% |
|
| Interest | Koopsom | ||
| Evenredig deel methode (of Premie/Koopsom) | |||
| Premie | |||
| Methode van de verzekeraars.( Premie indiensttreding) | |||
| Actuarieel | Koopsom | ||
| Evenredig deel methode (Premie/Koopsom) | |||
| Premie | |||
| Methode van de verzekeraars.(Premie indiensttreding) |
Toen, na de brede herwaardering, de lineaire methode moest worden omgezet in een actuariële waardering van de pensioenverplichting werd gesteld dat, daar waar meer reserve geboekt was dan volgens de actuariële methode toegestaan, de reserve moest worden bevroren tot aan het moment dat de actuariële reserve hoger of gelijk werd aan de geboekte stand pensioenreserve.
Eenzelfde procedure kan zich gaan voltrekken, als de premiemethode (premie datum indiensttreding) wederom wordt afgewezen. Er zijn
inspecteurs Vp.B, die alleen de koopsom methode acceptabel achten. Hun oplossing zal simpel zijn: Bepaal de benodigde waarde op basis van de koopsom methode en mocht u meer gereserveerd hebben: bevries de reserve en ga verder opbouwen als de huidige stand reserve onvoldoende is om de tijdsevenredige aanspraken af te financieren.
Wij achten deze oplossing niet bevredigend. Het komt ons niet redelijk (en ook niet passend in het begrip goed koopmansgebruik) voor, als verplichtingen steeds weer opnieuw op een andere wijze dienen te worden gewaardeerd. 1)
Voor ons lijkt de oplossing voor de hand te liggen.
De premie/koopsom methode dus!
Deze rekentechniek is eenvoudig met de programmatuur van Koolwijk Cijfers + uit te werken.
Overigens: Als
in enig jaar een reserve reeds fiscaal is verwerkt en u kunt geen
aansluitende reserve berekenen,
omdat de gebruikte grondslagen niet bekend zijn, dan:
en u vindt zodoende oude reserve en de daarbij behorende premie waarmee u het toekomstige reserve verloop kunt laten doorberekenen.
Schematisch:
1) Een van de
door de inspectie opgegeven reden is dat de koopsommethode niet zo ingewikkeld is.
(Prof.
Stevens heeft overigens nadrukkelijk gesteld, dat ingewikkeldheid geen reden is om
af te zien van de actuariële methode, omdat er computer-programma’s
voorhanden zijn!) Het vervelende van de discussie is, dat het voorbij gaat aan reële financieringsproblemen. Niet elke DGA heeft een onderneming waaruit onbeperkt financiële middelen kunnen worden onttrokken. Stel een DGA trekt daaruit een salaris van f 140.000 en wenst f 80.000 pensioen. Bij de premiemethode zal hij dan jaarlijks f 9.022 opzij moeten leggen (aangevuld met het rendement dat de premie zal moeten opbrengen.) Bij de koopsom methode begint hij met een storting van f 4.560 (inkoop f 2000) over 39 jaar zal hij echter om zijn laatste f 2000 pensioen in te kopen f 23.394 moeten voldoen! Bij een gelijkblijvende winstcapaciteit van de BV kunnen die lasten te hoog worden en zal de DGA wellicht af moeten zien van verdere pensioenopbouw!
En nog iets: De GROOT aandeelhouder is in de meeste gevallen een gewone middenstander die afziet van de zekerheden die de PSW biedt om zijn onderneming maximale overlevingskansen te bieden.
Pensioen in eigenbeheer is NIET bedoeld om de fiscalist van dienst te zijn om te scoren door "winstvlekjes weg te werken". Pensioen in eigenbeheer dient ook NIET om te voldoen aan de scoringsdrift van inspecties om steeds weer nieuwe voorwaarden en eisen te stellen aan de vorming van redelijke pensioenaanspraken ten behoeve van de DGA.
Pensioen, ook voor de DGA, is te belangrijk om als strijdveld te fungeren voor beide disciplines! Het is gewoon een toekomst voorziening ten behoeve van een werknemer die na zijn pensionering verder geen inkomsten uit arbeid meer heeft.
Peter |