Vermogen: vormen en welvaartvast aanwenden

  Retour

 

Financiële doelstellingen gaan niet zozeer over geld, maar over het (toekomstige) vermogen om goederen en diensten te kunnen financieren.

 

    Realistisch prognoses doorberekenen

 

  • welvaartvast sparen/beleggen.

  • waarde ontwikkeling kapitaalgoederen

  • benodigd inkomen berekenen  als de uitgaven niet meer uitsluitend uit arbeid kunnen worden gefinancierd.  (Pensionering, vervroegd uittreden)

  •   

     

    Ook al houden we rekening met inflatie:
    Het welvaartsniveau bij economische groei wordt zodoende nog steeds niet bereikt. 

    Immers: inkomsten ontwikkelingen gaan doorgaans de inflatie te boven. Het geld kan in de toekomst ook aan andere nieuwere producten en diensten worden uitgegeven.
    Belangrijk is, dat de cliënt er zich van bewust is, dat

    40 jaar geleden het modaal inkomen op +/-  €  5.100 per jaar stond
    Anno 2009 was het modaal jaar inkomen    € 31.000 

    Dat betekent een jaarlijkse salaris verhoging van 4,5% s.i.

     

    De inflatie was gedurende de laatste 10 jaar +/-  2,5% s.i. per jaar.
    Zowel inflatie als economische groei zijn echter niet voorspelbaar. 

    Er zal dus een realistische schatting moeten worden gemaakt.

     

     

    Een (verzekerings) contract aangaan dat over zo'n 40 jaar voor inkomen zal moeten zorgen, en waarbij een gelijkblijvende premie jaarlijks verschuldigd is, zal bij voorbaat teleurstellende opbrengst opleveren.

    Dat ligt anders als met het opgebouwde kapitaal een nominaal gelijkblijvende schuld moet worden afgelost - de schuld is immers ook nominaal gebleven! 

     

     

    Als we bij de kapitaalvorming een vorm van welvaartvastheid moet worden behouden, dienen we dan ook rekening te houden met de verwachte welvaartsgroei.

    Inkomensgroei uit arbeid lijkt ons een redelijke graadmeter om welvaartvastheid te benaderen.

     

     

    Een eigen woning (vermogensbezit) rendeert en is doorgaans inflatie bestendig. Als opbrengsten kunnen de dan niet meer (of in ieder geval de lagere) verschuldigde woonlasten worden beschouwd.

     

     

    zie ook:  inflatie                   

     

    Uiteraard kan een 85 jarige een ander behoeftepatroon hebben dan iemand van 

    65 jaar. Een 35 jarige verwacht wellicht 100 te worden, terwijl een 65 jarige dat allang opgegeven heeft. Een vitale 65 jarige maakt andere toekomstplannen, dan een fysiek wat minder bedeelde 55 jarige.
    Een advies heeft daarom nooit eeuwigheidswaarde.


    Een persoonlijk financieel adviseur zal de feitelijke markt ontwikkelingen volgen en zijn cliënt op de hoogte houden van die ontwikkelingen die voor de cliënt van belang kunnen zijn.
    Adviezen aan individuele clientèle zal geen eenvoudige opgave voor de adviseur zijn. Een oude economisch wet stelt immers dat de mens meer waarde hecht aan zijn huidige behoefte bevrediging dan aan toekomstige wensen.

    Actuarieel waarderen, toegepast op één persoon is onzinnig, hoe interessant het ook lijkt om het uit te brengen rapport een wetenschappelijk tintje te geven.
    Op het moment dat kapitaal inkomen voor de gewenste uitgaven zal moeten gaan zorgen, zullen opnieuw - door de cliënt - keuzes moeten worden gemaakt.  

     

     

     

    Uitgangspunten van  Vermogensvorming.

     

    Gedurende de opbouwperiode de spaar/beleggingsbedragen laten meegroeien met het welvaartspeil.

    Per vermogensbestanddeel de groeiprognose doorberekenen, zo ook eventuele baten en lasten. Dat laatste om een indicatie te berekenen in hoeverre deze baten en lasten in de toekomst van inkomen zullen belasten. 

    Omdat direct opneembare tegoeden doorgaans minder rendement effectueren dan langlopende spaar- resp. beleggingssaldi, zijn gedurende de opbouwperiode meerdere rendementsperiodes (4) in te voeren.

    Gedurende de uitkeringsperiode kan als variabelen worden ingevoerd de het te verwachten rendement als gewenste klimming na ingang.